Eigenschappen van een tennisracket

Kopgrootte

Wanneer alle eigenschappen van twee tennisracketten gelijk zijn, zal diegene met de grootste kop je meer power geven. Een grotere kop zorgt er ook voor dat het gebied op de racketkop waarin je de bal optimaal raakt groter is. Een dergelijke racket is dus vergevingsgezinder voor personen die de bal (nog) niet altijd goed raken.

Lengte

Ook hier weer zullen bij twee tennisracketten waarbij alles behalve de lengte gelijk zijn, diegene die het langst is het meeste power genereren. Een langer racket biedt je een iets grotere reikwijdte in je slagen en zorgt voor een verhoogd hefboomeffect bij de opslag waardoor deze iets krachtiger is.

Gewicht en balans

Deze beide karakteristieken beïnvloeden het meest van al hoe een racket aanvoelt als je het vastneemt en er mee speelt. Simpel gesteld: Met een zwaarder racket kun je krachtiger slaan, is stabieler en vangt meer schokken op als je er mee slaat. Met een lichter racket kun je sneller zwaaien of kun je gemakkelijker van richting veranderen wat een voordeel is aan het net. Hoe sneller je kan zwaaien, hoe krachtiger je kan slaan.

Als je je racket onder de kop op je vinger balanceert en de kop zakt naar beneden, dan is je racket kopzwaar. Zakt de steel naar beneden is ze koplicht. De laatste categorie is bijzonder geschikt voor spelers die zelf genoeg power genereren maar veel spin nodig hebben om de bal binnen te houden.

Stijfheid van het frame

Een stijf racket zal bij de impact van een bal minder doorbuigen. Als gevolg daarvan zal de bal feller terug wegspringen van het racket en dus meer snelheid hebben. Vergelijk de snelheid van de bal nadat ze tegen een muur (stijf) is gebotst of tegen een matras (niet stijf). Een heel erg stijf racket heeft echter niet enkel voordelen. Zo is een stijf racket niet zo comfortabel voor de arm, en meer bepaald de elleboog.

Patroon van de snaren

Het patroon van de snaren is iets wat al snel over het hoofd wordt gezien. Niet alle racketten hebben evenveel snaaruitgangen horizontaal en verticaal. Hoe meer van die snaaruitgangen of snaren hoe dichter je snaarpatroon is. Omgekeerd, dus hoe meer ruimte tussen de snaren, spreken we van een open patroon. Algemeen gesproken biedt een open patroon je meer mogelijkheden op spin, een gesloten patroon biedt je meer controle op je slagen en zorgt er ook voor dat de snaren langer meegaan.